koprechts

home  |  de WTL  |  artikelen


Natuurvergunning Schiphol vereist halvering luchtverkeer

Schiphol is in de top200 bedrijven op Tata Steel na de grootste bron van stikstofuitstoot. Het kabinet kan het bij de boeren niet maken om de luchtvaart te ontzien. Voor de natuurvergunning moet Schiphol gewoon meedoen aan de halvering van stikstofuitstoot. Het bunkeren van kerosine maakt deel uit van het Nationaal Plan Energiesysteem. Halvering van kerosineverbruik is haalbaar met selectieve halvering van het luchtverkeer naar 250.000 vluchten. Dat kan zonder de goede bereikbaarheid van Nederland aan te tasten. Het internationale vervoer van en naar thuismarkt Nederland komt niet in de knel.
Update 9 september 2022

Schiphol is als overstaphaven te groot voor Nederland
In vergelijking met andere Europese hubs heeft Schiphol een kleine thuismarkt die veel minder dan de bijna 500.000 vluchten uit 2019 nodig heeft. Ook is het netwerk van 330 bestemmingen veel groter dan Nederland nodig heeft. Het ministerie van IenW heeft bijna 180 bestemmingen uit 2019 geselecteerd die zakelijk interessant zijn. Voor niet-zakelijke passagiers moeten dan nog wel vakantieoorden, Paramaribo en de Antillen direct bereikbaar blijven. Tezamen leidt dit al tot een daling van het aantal vluchten tot ver onder het komende plafond van 440.000 vliegtuigbewegingen dat minister Harbers wil instellen. De Werkgroep Toekomst Luchtvaart (WTL) heeft met behulp van deze gegevens berekend hoeveel luchtverkeer werkelijk voor de internationale bereikbaarheid van Nederland nodig is.
Natuur
Overtollig luchtverkeer beperken
Op intercontinentale vluchten bestaat het overgrote deel van de passagiers uit overstappers die de lege stoelen moeten vullen. Door het aantal wekelijkse vertrekken vanaf Schiphol te verlagen zijn minder overstappers nodig en sluiten de vluchten vooral aan bij de vraag van thuismarktpassagiers. Daardoor hoeven er ook minder overstappers in Europa aan en afgevoerd te worden. Met deze maatregel neemt zowel in Europa als intercontinentaal het luchtverkeer voor overstappers aanzienlijk af. Zo kan Schiphol toe met iets meer dan 300.000 vluchten. Waarbij alle geselecteerde bestemmingen nog steeds bereikbaar zijn
Er zijn nog twee andere beperkingen mogelijk. In Europa kunnen 40.000 vluchten door de snelle trein overgenomen worden. Daarbij neemt het aantal bestemmingen toe. Ook kunnen 20.000 vluchten vervallen naar geselecteerde zakelijke bestemmingen waarmee Nederland feitelijk te weinig handel en dienstverlening onderhoudt. Zo kom je uit op 250.000 vluchten met behoud van een goede bereikbaarheid van Nederland voor de thuismarktpassagiers. Er zijn minder overstappers nodig. Schiphol blijft een kleinere hub met een groot netwerk. Het internationaal vervoer van Nederland komt niet in de knel.
Alle negatieve effecten halveren
Halvering van het luchtverkeer levert niet alleen halvering van stikstofemissies op, maar is ook hard nodig voor forse vermindering van veiligheidsrisico’s rond Schiphol, broeikasgassen, kankerverwekkende gassen, geluidhinder en slaapverstoring. Nachtsluiting komt dan binnen bereik. Die is dringend geboden, gezien de ernstige gezondheidsgevolgen van slaapverstoring. Het nieuwe plafond van 440.000 vluchten levert wel enige verbetering op, maar lang niet genoeg om al deze problemen werkelijk te helpen oplossen.
De halvering van het totale kerosineverbruik heeft op het klimaat een dubbel effect, namelijk 50 procent vermindering van niet alleen CO2-uitstoot, maar ook opwarmeffecten op kruishoogte. Namelijk de vliegtuigstrepen en de niet zichbare uitstoot. Die effecten zijn groter dan de opwarming door CO2, terwijl ze door biokerosine nauwelijks afnemen.
Aangezien deze klimaateffecten van kerosineverbruik op lange intercontinentale vluchten veel groter zijn dan op de kortere Europese vluchten, is gecheckt of de halvering in beide netwerken wordt gerealiseerd. Dat is het geval, met uitzondering van 15.000 vrachtvluchten die niet in de halvering zijn meegenomen. Het aantal intercontinentale vluchten wordt met 54 procent gereduceerd en in Europa met 50 procent, mede vanwege de inzet van de trein.
Opkopen uitstootrechten onnodig
Volgens deskundige Johan Vollenbroek moet ook Schiphol de stikstofuitstoot halveren. Voor de natuurvergunning van Schiphol moet het teveel aan stikstofuitstoot afgekocht kunnen worden, bijvoorbeeld met uitstootrechten van boeren. Bij halvering van het luchtverkeer is dit niet nodig, maar bij een hoger plafond van 440.000 vluchten duidelijk wel. Afgezien van de praktische realiseerbaarheid is het maatschappelijk gezien zeer ineffectief om op die manier 16 miljoen overbodige overstappers via Schiphol te laten vliegen en de snelle trein ongebruikt te laten. Terwijl de bereikbaarheid er niet op vooruitgaat. Dat sop is de kool niet waard.
Rolverdeling kabinet en sector
De keuze van specifieke bestemmingen is aan de luchtvaartmaatschappijen. Daarbij is de feitelijke vraag van zakelijke en niet-zakelijke passagiers van en naar Nederland leidend.
De rol van het kabinet is sturend op de gewenste bereikbaarheid en strategische hoofdlijnen van o.a. de netwerkkwaliteit en vermindering van negatieve effecten, in nauw overleg met de luchtvaartsector en andere betrokken partijen. Het al of niet goedkeurend volgen wat de sector onderneemt is voorbij, nu de negatieve effecten zo drastisch verminderd moeten worden zonder de bereikbaarheid schade te berokkenen. Het kabinet heeft een grote invloed door het vaststellen van het plafond op luchtverkeer (op 250.000 vluchten) in relatie met de natuurvergunning en het stellen van reductie-eisen en -normen aan de negatieve effecten op natuur, klimaat en leefomgeving. Ook moet het kabinet in overleg met de sector aangeven hoe de functie van Schiphol (en KLM) verandert bij dit lage plafond en lage omgevingseffecten. Namelijk het vervoer van de thuismarkt Nederland als leidraad en het aanvullend vervoer van overstappers als middel om laag bezette intercontinentale vluchten aan te vullen, zodat de vluchten bij een minimum vertrekfrequentie toch winstgevend zijn. Het kabinet geeft aan welke soorten bestemmingen de voorkeur hebben en welke soorten vluchten minder goed in dit vervoersconcept passen, maar laat de feitelijke keuzen aan de luchtvaartmaatschappijen over. Ten slotte kan het kabinet de sector helpen het verdienmodel aan te passen om winstgevend te blijven bij een lagere omzet.

Lees of download de cijfermatige onderbouwing hier

© Werkgroep Toekomst Luchtvaart